Ze zijn ergens tussen de 16 en 18 jaar oud. Mooie meisjes, die met een open blik de wereld in kijken. Te groot voor het servet, hoewel ze toch allang geen 13 meer zijn, en nog steeds te klein voor dat befaamde tafellaken.
Hoe hun toekomst eruit gaat zien, wordt beetje bij beetje ontrafeld. Het eindexamen nadert, de keuze voor een vervolgopleiding, welke vrienden belangrijk zijn en welke kansloos, dat ene model Blackberry waar ze niet zonder kunnen...
Ondertussen zit de slotjesbeugel vaak nog stevig vastgeplakt in de mond, gaan ledematen niet altijd die kant op die ze willen en is de ene dag het leven een feestje, de andere dag kan een stomme opmerking van deze of gene zorgen voor een enorme dip. Ze wapperen heen en weer, van het ene uiterste naar het andere.
Moeders zijn per definitie stom, en hun mening ouderwets en pa is De persoon om nou in figuurlijke zin eens flink tegenaan te schoppen. Afgehaald worden van een feestje door pa in een ouwe ribbroek? No way, dat kan echt niet. Zorgeloos zwabberen ze, zonder licht, om 4 uur ‘s nachts over straat, de wereld is van hun en gevaar zien ze niet.
Met rasse schreden nadert dan de dag van hun eindexamen. Ze worden achterna gelopen met gezonde sapjes, adviezen om vroeg te gaan slapen en vooral nog even aandacht te besteden aan dat ene vak. Maar dat valt allemaal in het niet bij die ene belangrijke keuze:
De jurk voor het gala!
Er wordt gewikt en gewogen, gegiecheld in de paskamer, nog even in die ene winkel gekeken: je weet tenslotte nooit of DE jurk niet toevallig in die winkel verderop hangt.
Op de bewuste avond wankelen ze, op vaak veel te hoge hakken, zwaar in de make-up, in die ene perfecte jurk over de rode loper hun middelbare school in.
Wankelend op weg naar de toekomst, een vervolgstudie, vriendjes, een andere stad. Hun toekomst, die ze, denken ze, helemaal zelf gaan bepalen. En ze gaan het vooral anders doen dan pa en ma.
De foto’s, genomen tijdens het feest, laten alle mooie momenten zien: de jongens strak in het pak, de haren netjes vastgeplakt met gel. De meisjes (altijd in groepsverband) met een killersmile.
En dan verdwijnt ergens in de zomer, of misschien in de herfst, de galajurk die zo belangrijk was, naar de zolder. Om nooit meer gedragen te worden. Eenzaam hangt ‘ie daar, netjes in een hoes. Na een paar jaar, bij een verhuizing, of een grote opruimronde, komt onvermijdelijk de vraag: en wat doen we met de jurk. Ook al gebeurt er al tijden niets meer mee, de jurk mag NIET weg. Een blijvende herinnering aan het einde van de middelbare schooltijd.
Er zou ergens een weeshuis voor eenzame galajurken moeten bestaan. Met foto’s van de gelegenheden waar de jurk schitterde.
Want zeg nou zelf: al die allenige jurken zijn, na hun one moment of fame, toch eigenlijk heel triest?
20.3.11
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

2 opmerkingen:
Wat een fijn stukje! :)
Zo leuk en goed geschreven, ze moeten jou ook een column in de VK geven..
En dat speelde zich allemaal af in de periode dat ik zo vreselijk verschrikkelijk een gala jurk nodig had maar die niet 1,2,3 kon scoren! Ik zie werkelijk zo’n weeshuis wel zitten. Daar had ik de jurk opnieuw een momentje van schittering kunnen geven. En misschien mijn koppie daarin meegenomen.
Prachtig geschreven Roos!!
Anda
Een reactie posten